|
Amsterdam, 1970. Mijn huisarts constateert dat ik een knobbeltje heb in mijn linkerborst en verwijst me door. In de nauwe ruimte waar ik mijn borsten mocht ontbloten, verschijnt de specialist en vindt de knobbel. "Dat is een lymfe", zegt hij. Ik vraag wat dat inhoudt en krijg uitleg. Ik deel mee dat ik vertrouw op zijn ervaring en erop vertrouw dat hij het onderscheid weet. Hetgeen hij aandachtig bevestigt. Ik herinner me terdege mijn besluit: "Ik kom met een vraag en accepteer het antwoord dat ik krijg." Wat schetst mijn verbazing? De specialist wil het knobbeltje toch weghalen. Ik blijf hem recht aankijken. "Hoe kunt u dat zeggen nadat u zojuist hebt vastgesteld dat het niet kwaadaardig èn van voorbijgaande aard is?" Ik ben nog blij dat ik me niet van de wijs heb laten brengen, dat ik mijn instelling van te voren had beperkt èn bepaald.
Zoals ik ook in 1963 actie ondernam. De pil was toen nog nauwelijks doorgedrongen in de huisartsenpraktijk. Een vriendin van me trouwde met een net afgestudeerde arts. Hoewel ze niet meteen zwanger wilde worden gebeurde dit toch. Bleek dat haar lief haar de pil alleen in de huwelijksnacht had gegeven. Ik ging op mijn beurt met mijn niet-medisch onderlegde lief naar de huisarts. We kregen op dit verhaal niet alleen adaequate uitleg maar ook de, hoewel ongevraagd, weldadige raad niet te vergeten te vrijen.
Deze 2 vertellingen zijn niet meer, maar ook niet minder dan een inleiding op mijn werkelijke reden deze ruimte te benutten. iIk wist nog niet af van uw boek: De gezonde patiënt. tot gistermorgen. toen hoorde ik u op de radio over het belang van 'op de hoogte brengen'. De dienst die de arts de patiënt, alsook even verder gekeken de verzorgingsstaat kan bewijzen.
Het valt me op dat specialisten in rap tempo de stappen van handeling opnoemen zonder in het oog te houden of de patient dat ook kan/wil ontvangen. U noemde het vanmorgen "als voorwerp behandelen". Niet wenselijk en het hoeft niet. Tenminste niet met het oog op de voor beiden voor de hand liggende kans, of liever nog voorwaarde voor 'samenwerking': het besef dat arts en patiënt elkaars meewerkend voorwerp moeten kunnen zijn. Toch is vanzelfsprekend niet ieder, patiënt evenmin als arts, in staat de ander goed te informeren. Ik wens daarom uw bijdrage met het boek goede vaart.
en last but not least zou ik uw aandacht willen vragen voor: zachtgezegd mijn moeite met het volgende bericht in NRC H 20.09.07, door Sophie Broersen: 'De Gezondheidsraad wil dat mensen die zwanger willen worden al lang van tevoren advies inwinnen over gezond leven en andere zaken die de vrucht ten goede komen.' zonder hier al te zeer op in te gaan wil ik eerst zeggen dat ik blij ben dat 'de voortijd' ter sprake wordt gebracht. Ik lees echter niet dat die voor zowel man als vrouw, samen èn apart in zicht is gekomen. Mijn eigenlijke opwinding is de vraag aan u hoe het kan dat steeds voornamelijk aan vrouwen concrete voorschriften voor de zwangerschap worden gegeven. Hoe kan het dat er geen voorlichting is over rijp dan wel onrijp, laat staan 3 maanden met zorg gekweekt sperma? Dat de zorg van de toekomstige moeder wel een levend (cultureel) gegeven is, maar de letterlijke vóórzorg in tijd niet aan de toekomstige vader toebedacht wordt. het lijkt me heerlijk eerlijk als man en vrouw gezamelijk die eerste maanden het kweken van beider bijdrage aan het zaadje ondernemen, zodat bij hem het sperma alle aandacht krijgt en zij de ovulatie meer leert waarnemen, c.q. anders waarderen dan de menstruatie.
ik moet denken aan een zin van mijn moeder toen ze in het nauw zat om mij voor te lichten "mannen hebben ook zoiets, alleen wit". Ik zou die one-liner met graagte willen schenken voor een voorlichtingsboekje dat jongetjes en meisjes enig reëel benul geeft over hun sexuele gedoetje, hun hoogsteigen goedje.* Ik heb nergens zo'n hekel aan als aan herhaling van oud niet-weten dat voor kennisgeving doorgaat.
in de hoop op wel een antwoord, groet t. hoge, verheij
* over dat goedje las ik iets zo ongekends moois dat ik dat hier citeer " Steeds vaker besteden families hun meest intieme levensopdrachten en gevoelens uit aan anderen. Ze delegeren een deel van hun eigen bestaan. Dat brengt een heel nieuw soort angsten en onzekerheden met zich mee."
<<Terug
|